Het haas en de cantharel
Hazen leiden een prima leven. Een leven dat gemiddeld één jaar duurt. Ze zijn na een maand of 6 geslachtsrijp, beginnen al eind december, begin januari met de instandhouding van de soort. Cantharellen weten niet dat ze een mooi leven leiden. Ze schimmelen er maar wat op los. Ze hebben ondanks deze verschillen één ding met elkaar gemeen: wij mensen hebben geen vat op ze. En… ze combineren mooi op het bord tijdens de kerst.
Een haas kan in het wild een jaar of zeven worden. Veel dieren sterven in het eerste jaar en veel jongen overleven de eerste winter niet. In Nederland is de gemiddelde levensverwachting iets meer dan een jaar. Veel dieren, voornamelijk de vos en de kraai, jagen op de jonge hazen. Ook sterven veel dieren aan ziekten, ongelukken met landbouwmachines, pesticiden en in sommige streken door auto-ongelukken. Verder is de haas natuurlijk een geliefd dier om te bejagen.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld het konijn is een haas niet in gevangenschap te houden: ze planten zich dan niet voort. Hoe anders is dat in het wild. Met een maand of zes zijn ze al geslachtsrijp en willen dat weten ook. Bovendien, vangen op zich is al een hele toer, misschien dat het lukt met een koe… Op commerciële basis ‘hazen houden’ is dus zonder enig financieel economisch perspectief.
De cantharel is ook niet ‘in gevangenschap’ te houden. Anders gezegd: moeilijk te kweken. Oesterzwammen en andere gewone paddestoelensoorten, zoals de champignon, worden gekweekt en verschijnen dan in standaarddoosjes in de supermarkt. Cantharellen moet je plukken in het bos of kopen bij een zeldzaam geworden hele goede groenteboer.
Deze eigenzinnige producten van onze natuur, die zich niet houden aan de regels van onze overgerationaliseerde samenleving, moeten we koesteren. Daarom, zo vlak voor de kerst dit recept: Haas en Cantharel. (Met dank aan Onno Kleyn.)
